|
Zondag 10 december werd ik naar Zaltbommel gereden, alwaar het congres
werd gehouden.
Om 9.00 uur begon Ed
Gubbels (gencouns.nl) zijn lezing met het onderwerp ‘Erfelijkheid
en gedrag’. Hierin vertelt hij dat de genen de bouwtekening zijn van
de hond. Het bepaald de groei en ontwikkeling van de ‘talenten’ die de
hond heeft. Fenotype= genotype+ milieu. Als er al maar een kleine
afwijking is in de genen (familieleden) dan geeft dat het fenotype al vele
andere eigenschappen/gedragingen en/of lichamelijke afwijkingen. Hij vindt
het onze (de mens) taak om de hond gezond te houden en frustatieloos. En
het veilig stellen van de genenpool. Zodat de (vroegere werk-) honden in
de maatschappij van nú passen. Hij zegt dat het nog niet te laat is om
werkhonden ( b.v. Border Collie) tot minder werklustige honden te maken.
Toen volgde er een pauze.
Het halfuurtje kon je gebruiken om een begin te maken aan het bekijken van
de vele stands.
Rond 10.30 uur begon
Peter Beekman (Kynotrain) met zijn verhaal over ’Socialisatie als
buffer tegen het ontwikkelen van angst’. Gedrag is alles wat een hond
doet. Het is een reactie op een veranderende omgeving, zowel aangezet door
prikkels van buiten en inwendige prikkels. En mede bepaald door erfelijke
aanleg, de rastypische gedrags-kenmerken. Socialiseren is het leren
herkennen en leren omgaan met de kenmerken van andere levende wezens. Het
is een leerproces met ervaringen, die worden opgeslagen door de hond. De
reactie die de hond geeft op iets (habituatie) of iemand komt voort uit
het voorkeurslijstje van de hond. B.v. blaffen staat bovenaan en dan b.v.
rond rennen/springen enz. en de opgedane ervaringen.
Tot 12 weken willen pups alles benaderen en onderzoeken, na 12 weken wil
de pup alles ontwijken. En in de pubertijd wordt het voorkeurslijstje weer
verlegd. Als de pup angst vertoond is aaien stressverlagend! In angst
leert de hond niets! Dus aaien merkt de hond maar langzaam op, zodat de
hond door het aaien uit de stress komt en weer in een leersituatie komt.
Als je die angst wil afleren moet je vanuit een veilige situatie de pup
met het beangstigende object kennis laten maken. Pas door herhaling begint
het generaliseerproces.
Hierna kwam Doreen
Planta met ‘Angst verberg je niet,over lichaamstaal van een
angstige hond’.
Als de hond de emotie angst vertoont wil het de bedreigende prikkel of
situatie ontwijken of vermijden. Angst is een levensreddende eigenschap,
maar in welke mate wil je het aanwezig hebben? Doreen stelt dat door aaien
wel angst emotie kan afnemen (innerlijk), maar dat door aaien het
angstgedrag (wat je ziet) bevestigd en vergroot wordt. Dus pas op met
aaien! Verder is er eind jaren ’60 een genetisch onderzoek geweest,
waarbij stabiele honden met instabiele honden zijn gekruist (wat betreft
angst voor mensen). De pups hiervan waren ook instabiel. Dit kwam echt
niet alleen door het maternale effect, want er werden ook instabiele reuen
met stabiele teven gedekt en die reuen bemoeiden zich niet met de
opvoeding van de pups! Dus dit was (en is) bewijs dat angst erfelijk is.
Dan komt ze met de fysiologische veranderingen bij een hond als die
angstig wordt:
-pupil vergroting – blauwe ogen – borstelen – gevoeligheid voor pijn is
minder – verlies in trek in eten en drinken – versnelde ademhaling –
verhoogde transpiratie (voetzolen) – verhoogde hartslag – sterkere
schrikreacties – legen v.d. anaalklieren. Hiervan laat ze een aantal
foto’s zien. Als een hond angstreducerende therapie krijgt, dan moet je
die lang toepassen, omdat de angst-emotie nog aanwezig kan zijn. Pas als
de emotie echt verdwenen is kan je met de therapie langzaamaan stoppen.
Na de stands grotendeels
bezocht te hebben en een aantal tassen rijker, een eenvoudige doch
voedzame maaltijd genuttigd. Dit nauwelijks achter mijn kiezen, begon de
volgende spreker, Rudy de Meester, met zijn relaas.
‘Scheidingsangst, meer
dan een beetje bang zijn’.
Bij scheidingsangst vertoont de hond gedragingen die door emotie (angst)
optreden of veroorzaakt worden door afwezigheid van de eigenaar. De
veronderstelling is dat er een overmatige emotionele band bestaat tussen
hond en baas. Dit is gebaseerd op de bindingstheorie van Dhr. Bowlby. De
hond wordt ergens bang van en zoekt contact met eigenaar. Symptomen bij
scheidingsangst: - anorexia – toename activiteit – afwezigheid activiteit
(apathisch). Scheidingsangst verminderen door vnl. gedragswijzing van de
eigenaar, waardoor het gedrag van de hond zal wijzigen. Eigenaar moet zijn
handelingen veranderen bij vertrek én aankomst. De hond een
zelfstandigheids training geven, de hond leren relaxen, een object als
veiligheid en vertrouwen op terugkomst geven en evt. feromonen aanbieden (D.A.P.,
aromatherapie, bachbloesem, homeopathie) en zelfs evt. chemische middelen
zoals b.v. Clomicalm. Duur van het probleem op te lossen is altijd
afhankelijk ernst van het probleem en medewerking eigenaar.
Even de mogelijkheid om je
laatste geld uit te geven en je dorst te lessen, gaat het weer verder met
‘Angsten en fobieën bij honden’ gebracht door Isabel de
Cock.
Isabel legt uit hoe zij
een gedragsconsult afneemt: Wat het probleem is en hoe de samenstelling
van het gezin is enz. enz. De hond moet eerst lichamelijk worden nagekeken
om lichamelijke pijnen en aandoeningen uit te sluiten. Verder geeft ze een
voorbeeld van een Duitse Herder die lastig uit te laten is, omdat hij
overal van schrikt en alleen maar naar huis wil en die bang is voor
luchtballonnen. Helaas wonen deze mensen vlakbij een terrein waar ’s
avonds en in het weekend veel luchtballonnen opstijgen. Na een therapie
met een cd met luchtballongeluiden en medische medicatie is na anderhalf
jaar (met de nodige terugvallen door gebeurtenissen) het probleem redelijk
onder controle.
Dan krijgen we als laatste
spreekster, Sacha Gaus, met het onderwerp ‘De training van een
angstige hond’'.
Eerst weer een korte
samenvatting over de oorzaken van angst (genetische aanleg, onvoldoende
gesocialiseerd, traumatische ervaring) en de gedragingen daarvan
(verstarren, vechten, vluchten, vogelen (iets doen wat op dat moment niet
nuttig lijkt (overspronggedrag)). En hoe je het probleem zou kunnen
oplossen door desensitisatie, flooding of positieve bekrachtiging.
Ook Sacha geeft een ‘probleemhond’ als voorbeeld van training. Het gaat om
een Rottweiler die bang is voor onbekende mensen en daarbij angstagressie
vertoont. Hij heeft de dierenarts al vier keer gebeten. Daarbij geeft ze
het voordeel aan om op hun eigen terrein te trainen, zodat er langzaamaan
geoefend kan worden, zonder gestoord te worden door onbekende mensen die
langs lopen. Sacha heeft dit voorbeeld wel op video staan, wat in een
versneld tempo meedraait tijdens haar uitleg. De trainer laat de hond
eerst aan hem wennen en geeft de hond vertrouwen, hij gaat oefeningen met
de hond doen, zodat de relatie tussen trainer en hond beter wordt.
Uiteindelijk komen er steeds meer onbekenden bij, die de hond altijd
lekkers geven. Nu nog vóór het aaien, maar tegenwoordig aaien ze eerst en
geven dan pas de beloning. Alles verloopt prima! Iedereen kan de hond
aaien zonder gebeten te worden.Uiteindelijk komen na drie weken de
eigenaars erbij en krijgen uitleg. Doordat de hond een kennelhoest heeft
opgelopen willen de eigenaars naar een dierenarts. Ze nemen niet de moeite
om naar een andere dierenarts te gaan. De gebeten dierenarts is zo bang
voor die Rottweiler dat dit uitloopt op een drama en de Rottweiler alsnog
wordt afgemaakt. Een therapie kan dus alleen helpen met hulp van de
eigenaar.
Moe, maar voldaan, ga ik
weer huiswaarts. Alles nog eens met gesloten ogen de revue passeren. Dat
kan, want mijn man brengt me thuis. Toch wel jammer dat ik het congres
over ‘Natuurlijk gezond’ niet heb kunnen meemaken.
Jolanda Schregardus-Radema |