Verslag Kynotraincongres 10 december 2006.



Zondag 10 december werd ik naar Zaltbommel gereden, alwaar het congres werd gehouden.

Om 9.00 uur begon Ed Gubbels (gencouns.nl) zijn lezing met het onderwerp ‘Erfelijkheid en gedrag’. Hierin vertelt hij dat de genen de bouwtekening zijn van de hond. Het bepaald de groei en ontwikkeling van de ‘talenten’ die de hond heeft. Fenotype= genotype+ milieu. Als er al maar een kleine afwijking is in de genen (familieleden) dan geeft dat het fenotype al vele andere eigenschappen/gedragingen en/of lichamelijke afwijkingen. Hij vindt het onze (de mens) taak om de hond gezond te houden en frustatieloos. En het veilig stellen van de genenpool. Zodat de (vroegere werk-) honden in de maatschappij van nú passen. Hij zegt dat het nog niet te laat is om werkhonden ( b.v. Border Collie) tot minder werklustige honden te maken.

Toen volgde er een pauze. Het halfuurtje kon je gebruiken om een begin te maken aan het bekijken van de vele stands.

Rond 10.30 uur begon Peter Beekman (Kynotrain) met zijn verhaal over ’Socialisatie als buffer tegen het ontwikkelen van angst’. Gedrag is alles wat een hond doet. Het is een reactie op een veranderende omgeving, zowel aangezet door prikkels van buiten en inwendige prikkels. En mede bepaald door erfelijke aanleg, de rastypische gedrags-kenmerken. Socialiseren is het leren herkennen en leren omgaan met de kenmerken van andere levende wezens. Het is een leerproces met ervaringen, die worden opgeslagen door de hond. De reactie die de hond geeft op iets (habituatie) of iemand komt voort uit het voorkeurslijstje van de hond. B.v. blaffen staat bovenaan en dan b.v. rond rennen/springen enz. en de opgedane ervaringen.
Tot 12 weken willen pups alles benaderen en onderzoeken, na 12 weken wil de pup alles ontwijken. En in de pubertijd wordt het voorkeurslijstje weer verlegd. Als de pup angst vertoond is aaien stressverlagend! In angst leert de hond niets! Dus aaien merkt de hond maar langzaam op, zodat de hond door het aaien uit de stress komt en weer in een leersituatie komt. Als je die angst wil afleren moet je vanuit een veilige situatie de pup met het beangstigende object kennis laten maken. Pas door herhaling begint het generaliseerproces.

Hierna kwam Doreen Planta met ‘Angst verberg je niet,over lichaamstaal van een angstige hond’.
Als de hond de emotie angst vertoont wil het de bedreigende prikkel of situatie ontwijken of vermijden. Angst is een levensreddende eigenschap, maar in welke mate wil je het aanwezig hebben? Doreen stelt dat door aaien wel angst emotie kan afnemen (innerlijk), maar dat door aaien het angstgedrag (wat je ziet) bevestigd en vergroot wordt. Dus pas op met aaien! Verder is er eind jaren ’60 een genetisch onderzoek geweest, waarbij stabiele honden met instabiele honden zijn gekruist (wat betreft angst voor mensen). De pups hiervan waren ook instabiel. Dit kwam echt niet alleen door het maternale effect, want er werden ook instabiele reuen met stabiele teven gedekt en die reuen bemoeiden zich niet met de opvoeding van de pups! Dus dit was (en is) bewijs dat angst erfelijk is.
Dan komt ze met de fysiologische veranderingen bij een hond als die angstig wordt:
-pupil vergroting – blauwe ogen – borstelen – gevoeligheid voor pijn is minder – verlies in trek in eten en drinken – versnelde ademhaling – verhoogde transpiratie (voetzolen) – verhoogde hartslag – sterkere schrikreacties – legen v.d. anaalklieren. Hiervan laat ze een aantal foto’s zien. Als een hond angstreducerende therapie krijgt, dan moet je die lang toepassen, omdat de angst-emotie nog aanwezig kan zijn. Pas als de emotie echt verdwenen is kan je met de therapie langzaamaan stoppen.

Na de stands grotendeels bezocht te hebben en een aantal tassen rijker, een eenvoudige doch voedzame maaltijd genuttigd. Dit nauwelijks achter mijn kiezen, begon de volgende spreker, Rudy de Meester, met zijn relaas.

Scheidingsangst, meer dan een beetje bang zijn’.
Bij scheidingsangst vertoont de hond gedragingen die door emotie (angst) optreden of veroorzaakt worden door afwezigheid van de eigenaar. De veronderstelling is dat er een overmatige emotionele band bestaat tussen hond en baas. Dit is gebaseerd op de bindingstheorie van Dhr. Bowlby. De hond wordt ergens bang van en zoekt contact met eigenaar. Symptomen bij scheidingsangst: - anorexia – toename activiteit – afwezigheid activiteit (apathisch). Scheidingsangst verminderen door vnl. gedragswijzing van de eigenaar, waardoor het gedrag van de hond zal wijzigen. Eigenaar moet zijn handelingen veranderen bij vertrek én aankomst. De hond een zelfstandigheids training geven, de hond leren relaxen, een object als veiligheid en vertrouwen op terugkomst geven en evt. feromonen aanbieden (D.A.P., aromatherapie, bachbloesem, homeopathie) en zelfs evt. chemische middelen zoals b.v. Clomicalm. Duur van het probleem op te lossen is altijd afhankelijk ernst van het probleem en medewerking eigenaar.

Even de mogelijkheid om je laatste geld uit te geven en je dorst te lessen, gaat het weer verder met ‘Angsten en fobieën bij honden’  gebracht door Isabel de Cock.

Isabel legt uit hoe zij een gedragsconsult afneemt: Wat het probleem is en hoe de samenstelling van het gezin is enz. enz. De hond moet eerst lichamelijk worden nagekeken om lichamelijke pijnen en aandoeningen uit te sluiten. Verder geeft ze een voorbeeld van een Duitse Herder die lastig uit te laten is, omdat hij overal van schrikt en alleen maar naar huis wil en die bang is voor luchtballonnen. Helaas wonen deze mensen vlakbij een terrein waar ’s avonds en in het weekend veel luchtballonnen opstijgen. Na een therapie met een cd met luchtballongeluiden en medische medicatie is na anderhalf jaar (met de nodige terugvallen door gebeurtenissen) het probleem redelijk onder controle.

Dan krijgen we als laatste spreekster, Sacha Gaus, met het onderwerp ‘De training van een angstige hond’'.

Eerst weer een korte samenvatting over de oorzaken van angst (genetische aanleg, onvoldoende gesocialiseerd, traumatische ervaring) en de gedragingen daarvan (verstarren, vechten, vluchten, vogelen (iets doen wat op dat moment niet nuttig lijkt (overspronggedrag)).  En hoe je het probleem zou kunnen oplossen door desensitisatie, flooding of positieve bekrachtiging.
Ook Sacha geeft een ‘probleemhond’ als voorbeeld van training. Het gaat om een Rottweiler die bang is voor onbekende mensen en daarbij angstagressie vertoont. Hij heeft de dierenarts al vier keer gebeten. Daarbij geeft ze het voordeel aan om op hun eigen terrein te trainen, zodat er langzaamaan geoefend kan worden, zonder gestoord te worden door onbekende mensen die langs lopen. Sacha heeft dit voorbeeld wel op video staan, wat in een versneld tempo meedraait tijdens haar uitleg. De trainer laat de hond eerst aan hem wennen en geeft de hond vertrouwen, hij gaat oefeningen met de hond doen, zodat de relatie tussen trainer en hond beter wordt. Uiteindelijk komen er steeds meer onbekenden bij, die de hond altijd lekkers geven. Nu nog vóór het aaien, maar tegenwoordig aaien ze eerst en geven dan pas de beloning. Alles verloopt prima! Iedereen kan de hond aaien zonder gebeten te worden.Uiteindelijk komen na drie weken de eigenaars erbij en krijgen uitleg. Doordat de hond een kennelhoest heeft opgelopen willen de eigenaars naar een dierenarts. Ze nemen niet de moeite om naar een andere dierenarts te gaan. De gebeten dierenarts is zo bang voor die Rottweiler dat dit uitloopt op een drama en de Rottweiler alsnog wordt afgemaakt. Een therapie kan dus alleen helpen met hulp van de eigenaar.

Moe, maar voldaan, ga ik weer huiswaarts. Alles nog eens met gesloten ogen de revue passeren. Dat kan, want mijn man brengt me thuis. Toch wel jammer dat ik het congres over ‘Natuurlijk gezond’  niet heb kunnen meemaken.

Jolanda Schregardus-Radema