Verslag lezing Klaas Wijnberg te Tiel

 

Het is zaterdag 8 april, rond de klok van 13:00 uur. Langzaam stroomt het nog kille dorpshuis vol met verwachtingsvolle hondenliefhebbers. Klaas zet in zijn outdoorkleding een diaprojector klaar. De deur van de bar gaat dicht en het wordt stil, Marijke Saarloos komt naar voren en wenst ons veel luisterplezier en veel leerzame momenten. 

Dan steekt Klaas van wal. 

Bij zijn methode gaat het niet om goed of fout, maar om wat de hond nodig heeft van zijn eigenaar. Alles wat de hond doet komt voort uit de handelingen die de eigenaar uitvoert. Er wordt van de eigenaren verwacht dat ze enge ethologische kennis bezitten. Waarom nemen ze een hond? En wat wordt ervan verwacht? Etiketteer je hond niet, omdat het een bepaald ras is! Maar neem de rastypische eigenschappen wel mee! De eigenaren moeten de ingefokte eigenschappen controleren! Ga kijken naar je hond. Wat voor informatie geeft hij af aan de status, gedrag en welzijn. Elke hond heeft zijn eigen karakter! Honden kunnen zichzelf niet helpen, de eigenaren kunnen en moeten de hondentaal leren! De mens en de hond passen bij elkaar door socialisatie en hiërarchie. Het verschil zit in de communicatie:

- de mens is een orendier en reageert op klanken
- de hond is een ogendier en kijkt en schat in 

Eigenaren schenken te weinig aandacht aan het oogcontact die de hond met je maakt. Krijgt de hond geen reactie dan verlegt hij zijn aandacht naar zijn omgeving en naar diegene die zijn taal wel begrijpt; nl andere honden. Daarom gebruikt Klaas stille commando’s: hond moet je wel in de gaten houden! Het kijksysteem van de hond naar de eigenaar moet eerst hersteld worden d.m.v. aandacht voor eigenaar belonen. 

Mens met status verwerft vertrouwen en vrijheden en geeft tussen mensen onderling rust en ontspanning. Hond met status geeft hem zeggenschap en rechten t.o.v. andere honden. Deze twee staan dus lijnrecht tegenover elkaar. Doordat de mens een hond als gelijke behandeld, en dus status geeft, dat geeft de hond bepaalde vrijheden, die spanning binnen de mens - hond relatie brengt. Hond verwerft status door de overwinning! De eigenaar mag de hond geen status geven, maar moet een leidinggevende functie zijn voor de hond, zodat het de hond geborgenheid geeft. Die leidinggevende functie bereik je door dominante handelingen uit te voeren over/ naar je hond toe. Een groep is belangrijk voor de hond. Alles staat in het belang van de groep. De rangorde geeft hem geborgenheid, voedselvergaring en voortplanting. 

De eerste fase van zijn methode:
- werk aan relatie
- heeft u status als leider? Ben je duidelijk in je handelingen
- geef stabiliteit, vertrouwen en rust
- samenwerking 

Klaas heeft zijn Saarlooswolfhond in het eerste levensjaar alleen maar beloont voor oogcontact en dus aandacht. totaal geen training, maar wel opvoeding! 

Tweede fase is de training:
- gebruik maken van de wetenschap
- gebruik maken van leersystemen
- logische opbouw met structuur
- leidt altijd tot een einddoel 

Hierin wordt onderscheidt gemaakt tussen:
- aanleerfase, waar je altijd beloont (1:1)
- beheersfase, waar je af en toe beloont (1:3) 

Aanleerfase is dat en oefening wordt aangeleerd op diverse plaatsen, b.v. zit in huis, zit in het park, zit op straat, zit op het strand, zit op een agilitytafel, etc. Als die oefening overal beheerst wordt, dan zit je in de beheersfase.  

Een oefening bestaat uit bouwstenen. Stap voor stap bouw je de oefening op. Bij een bepaalde beheersfase ga je een stap verder, totdat de oefening klaar is zoals de eigenaar hem hebben wil. Behandel je hond door hem zo natuurlijk te laten zijn. Maak samen met je hond die stap. 

In zijn workshops van vijf dagen, leer je je handelingen naar de hond toe te veranderen. Je leert hoe je de hond weer naar jou laat kijken. Door de honden tijdens de wandeling los te laten lopen, ziet Klaas hoe de honden zijn. Bij evt. agressie stopt pas wanneer er voldoende kalmeringssignalen/ blussignalen door de in lagere rang zijnde hond wordt afgegeven. Blijven de signalen uit, dan stopt de agressie ook niet! 

Na het aanleren van je nieuwe handelingen, ga je die thuis uitvoeren en uitbreiden. Dan zijn er daarna nog vele vervolgcursussen, om je geheugen op te frissen en verdere handelingen en trainingen te leren. 

De lezing was zeer aangenaam om naar te luisteren. Klaas maakte veel gebruik van mimiek, gebarentaal en diverse woordspelingen. 

Nadat een aantal vragen beantwoord waren en Marijke Saarloos ons een goede reis terug wenste, was de lezing rond 16:00 uur afgelopen. 

Jolanda Schregardus-Radema